Lars Gierveld is een geboren dwarsligger – in de beste zin van het woord. Zijn hele carrière staat in het teken van het bevragen van de gevestigde orde zodra iets niet klopt. Van het tegen zich in het harnas jagen van citrusboeren in Florida tot het worden van Paragnost van de Maand om zo een netwerk van oplichters te ontmaskeren in het televisieprogramma RamBam. Het zit in zijn natuur om vragen te stellen. Maar wat heeft het voor zin om ergens tegenaan te schoppen als je geen idee hebt hoe het beter kan? Dus toen Nestlé hem vroeg onderzoek te doen naar de situatie van hun cacaoboeren, kwam hij niet alleen terug met een rapport. Hij kwam terug met een plan.
Ik heb nooit alleen verslaggever willen zijn. Daarom heb ik tijdens mijn studie bewust geprobeerd de zakelijke, journalistieke én sociologische kant van het vak goed te begrijpen. Dat lijkt misschien een bijzondere combinatie, maar die driehoek is altijd mijn basis geweest.
Na mijn studie begon ik een adviesbureau waarin we organisaties hielpen met vraagstukken rondom informatievoorziening, bijvoorbeeld binnen de zorg. Hoe kan informatie beter stromen? Hoe maken we die toegankelijker? Dat was vooral de ondernemende kant.
Later besloot ik dat ik weer wilde maken, creëren. Zo kwam ik terecht bij het televisieprogramma RamBam. Daar heb ik bijna zestig afleveringen aan meegewerkt. We maakten prachtige reportages, maar na verloop van tijd was het voor mij tijd om verder te gaan. Ik miste de blijvende impact. Dat is het lastige aan televisie: je maakt iets, het wordt uitgezonden en daarna blijft het hangen of niet. Vervolgens gaat iedereen weer verder.
Eigenlijk begonnen we met een heel ander idee. We wilden een miniserie maken en vroegen of Nestlé daarin geïnteresseerd was. Tijdens die gesprekken begonnen zij over hun cacaoprogramma.
Op dat moment trapten we direct op de rem.
Jochem Pinksteren, mijn compagnon, en ik komen uit de publieke omroep. Als een groot bedrijf journalisten inhuurt, roept dat al snel de vraag op of het een vorm van greenwashing is. We waren dus behoorlijk sceptisch.
Nestlé verzekerde ons dat hun intenties oprecht waren, maar wij wilden absoluut geen risico lopen met onze onafhankelijkheid. Daar hing onze geloofwaardigheid vanaf.
De gesprekken gingen uiteindelijk tot aan de directie. Zij garandeerden ons volledige journalistieke vrijheid. Vervolgens hebben wij zelf aanvullende voorwaarden gesteld. Samen met de Nederlandse Vereniging van Journalisten stelden we een waterdicht contract op waarin stond dat Nestlé zich op geen enkele manier met onze inhoud mocht bemoeien. We waren volledig vrij om te laten zien wat we tegenkwamen. In ruil daarvoor zouden we Nestlé altijd de gelegenheid geven om te reageren.
In het begin botste dat weleens. Een PR-afdeling wil natuurlijk vooral het positieve verhaal vertellen, terwijl een journalist juist de schaduwkant laat zien. Uiteindelijk vonden we daar samen een goede balans in.
Helemaal vanaf nul.
In Nederland heeft Nestlé ons enorm geholpen met hun kennis van de markt en de distributieketen, waar ik nog steeds dankbaar voor ben. Maar eenmaal in Ghana stonden we er alleen voor.
Onze persvisa stonden weliswaar op naam van Nestlé en dat opende bepaalde deuren, maar het netwerk hebben we volledig zelf opgebouwd.
Via ETG/Beyond Beans (Cocoanect) kwamen we in contact met een lokaal netwerk van cacaohandelaren. Via hen ontmoetten we Ebenezer, die ons tijdens het project begeleidde. Hij bracht ons vervolgens in contact met Ibrahim en zijn groep cacaoboeren.
Als je naar de situatie van die boeren kijkt, klopt er simpelweg iets niet.
Een duurzaam inkomen in Afrika ligt rond de twee euro per dag. De boeren verdienen gemiddeld maar één euro. Eén euro extra zou binnen de chocoladeketen nauwelijks iemand raken, maar voor hen maakt het een wereld van verschil. Dat voelde totaal onlogisch.
Toen zag ik bovendien hoe al het cacaosap simpelweg werd weggegooid. Weer iets wat nergens op sloeg.
Op dat moment besloten we te onderzoeken of we dat sap in Nederland konden verkopen. We vonden een bottelarij, regelden de logistiek en begonnen het idee uit te werken.
Heel vreemd.
Ineens was ik niet alleen journalist meer, maar ook ondernemer. Ik zat opeens te onderhandelen met boeren over prijzen.
Gelukkig deden we dat samen met een netwerk dat we zelf hadden opgebouwd: het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT), ETG/Beyond Beans, Wageningen University & Research, McKinsey, IPSOS, Innofest, Cocoamerchants, KNUST (de universiteit van Kumasi) en nog veel meer.
Daardoor bleven we onafhankelijk én wist ik precies met wie ik samenwerkte.
Daarnaast had ik veel aan Ebenezer, die me hielp bij de culturele verschillen. Soms liep je tegen dingen aan die lastig te begrijpen waren. Zo kregen we een levering waarvan iedereen verzekerde dat die van uitstekende kwaliteit was. Er zat zelfs een officieel rapport bij waarin dat bevestigd werd. Toen de partij eenmaal aankwam, bleek hij volledig onbruikbaar. Dat soort dingen hoort er in Ghana nu eenmaal soms bij.
Corona heeft ons behoorlijk vertraagd, vooral rondom vergunningen. Maar ons doel is nog steeds om tegen het einde van het jaar in de winkels te liggen.
Inmiddels hebben we een officieel consortium gevormd met KIT, Solidaridad, ETG/Beyond Beans en Cocoamerchants. Zij hebben zich voor de komende twee jaar verbonden aan de verdere uitbreiding van het project.
Ook de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ondersteunt en financiert het project gedeeltelijk voor de komende twee jaar.
Daarnaast heeft Nestlé toegezegd onze boeren te helpen wanneer er extra apparatuur nodig is om het sap te produceren.
De documentaire heeft veel positieve reacties opgeleverd, waardoor er nu al vraag is naar het product. Het enige wat we nu nog nodig hebben, is voldoende sap én de capaciteit om op grotere schaal te produceren.
Ik heb me volledig aan dit project verbonden. Het geeft me de mogelijkheid om niet alleen ergens tegenaan te schoppen, maar ook daadwerkelijk iets op te bouwen.
Als journalist zijn we ondertussen bezig met vijf nieuwe documentaires die aan het einde van het jaar verschijnen. Daarin behandelen we onderwerpen als kinderarbeid, ontbossing en andere maatschappelijke thema’s.
Waarschijnlijk ga ik wel minder tijd steken in andere, intensieve projecten, omdat Kumasi Juice nu veel aandacht vraagt. Maar het is niet zo dat ik moet kiezen tussen journalistiek en ondernemerschap. Wie weet wat er hierna nog op mijn pad komt.
Voor nu draait alles om Kumasi.
De documentaire Mede Mogelijk Gemaakt van Lars Gierveld is te zien op Videoland en via Kumasi-juice.nl. Volg zijn avontuur ook via chocoproef.nl, Facebook of Instagram. Wij laten je weten zodra die opvallend fruitige fles Kumasi Juice verkrijgbaar is.